HAN Werkplekleren 3

WPL3 is de eindfase van je opleiding, waarin je vooral inzet op de ontwikkeling van je professionele identiteit. Daarnaast groei je op vakinhoudelijk, vakdidactisch en pedagogisch gebied uit tot vakbekwaam docent. Je loopt 40 weken lang 3 dagen per week stage en doet een eigen onderzoek.

Kennismakingsgesprek
Ruim voor de start van je stage ontvang je via Bureau Extern de gegevens van de stageschool. Vervolgens neem je zelf contact op om een kennismakingsgesprek te plannen. Tijdens dit gesprek ontmoet je jouw begeleider(s) en ontdek je hoe er op school gewerkt wordt. Daarnaast wissel je praktische informatie uit over je werkdagen en de klassen aan wie je gaat lesgeven en bespreek je vragen als:

  • Wat zijn je ervaringen in eerdere stages?
  • Wat verwacht je van deze stage?
  • Welke vorm van begeleiding past bij jou?
  • Welke evaluatiemomenten horen daarbij?
  • Welke informatie is verder belangrijk om te delen?

Voorbereiding
Als voorbereiding op het kennismakingsgesprek denk je na over wie jij bent als student, je professionele identiteit en welke ondersteuningsbehoefte je hebt. Een handig hulpmiddel hierbij is deze lijst met thema’s waarvoor in de begeleiding aandacht is. Vul de lijst in, zodat je begeleider zo goed mogelijk kan aansluiten op jouw ondersteuningsbehoefte. Niks is goed of fout, en misschien verandert het beeld nog, de komende tijd. Zie de lijst als een uitgangspunt om passende begeleiding op te starten.

Heb je de lijst ingevuld? Deel deze dan met je werkplekbegeleider. En denk voor het kennismakingsgesprek verder na over de volgende vragen:

  • Wat zijn de belangrijkste 3 aandachtspunten voor mij?
  • Wat zegt dit over mij als lerende?
  • Wat vraagt dit van mijn begeleider?
  • Hoe zou begeleiding eruitzien?
  • Hoe maak ik mijn behoefte in begeleiding kenbaar? En aan wie?

Oriëntatiefase
Je stage begint met de oriëntatiefase. Tot aan het startgesprek in week 2 of 3 oriënteer je je op wat de stageschool te bieden heeft. Daarbij stel je je proactief en onderzoekend op. Je beantwoordt vragen als:

  • Wat is de visie van de school?
  • Hoe herken je de visie van de school in de dagelijkse lespraktijk?
  • Hoe ziet de doelgroep eruit?
  • Hoe vindt er samenwerking plaats tussen collega’s?
  • Hoe ziet de organisatiestructuur eruit?

Activiteiten
Om de vragen tijdens de oriëntatiefase te beantwoorden kun je verschillende activiteiten ondernemen. Overleg met je werkplekbegeleider wat mogelijk is, maar neem vooral ook zelf initiatief. Voorbeelden van activiteiten:

  • Een dag meelopen met een docent.
  • Een dag meelopen met een klas.
  • Een gesprek voeren of een interview houden met een collega.
  • Vergaderingen bijwonen.
  • Het PTA en/of het team-, zorg- en schoolplan bestuderen.
  • Met medestudenten van je opleiding overleggen.

Startgesprek
In de eerste maand van je stage voer je een startgesprek: een gesprek tussen jou, je werkplekbegeleider en iemand van het opleidingsinstituut of de schoolopleider. Tijdens het startgesprek deel je concrete leerdoelen rond je professionele identiteit en ontwikkeling tot vakbekwaam docent. Samen met je begeleiders overleg je over de best mogelijke route en ondersteuning. Het startgesprek duurt ongeveer een half uur.

De centrale vraag in WPL3 is: wie wil ik zijn als leraar? Om daarachter te komen beantwoord je tijdens het startgesprek vragen als:

  • Vanuit welke normen en waarden wil ik mijn vak uitoefenen?
  • Hoe bepaalt mijn identiteit de uitvoering van mijn vak?
  • Welke doelgroep trekt mij het meeste?
  • Welke schoolvisie past bij mij?

Voorbereiding
Als voorbereiding op het startgesprek denk je na over de vragen hieronder. De uitkomst verwerk je in een presentatie voor je begeleiders. Bijvoorbeeld een zelfportret in de vorm van een poster of video.

  • Hoe zie je jezelf als persoon en als leraar?
  • Wat zijn jouw persoonlijke leerdoelen? Op pedagogisch en vakdidactisch gebied én als het gaat om de ontwikkeling van jouw professionele identiteit.
  • Hoe ga je het komende lio-jaar aan deze leerdoelen werken?

Vervolg
Zowel de voorbereiding als de verwerking van het startgesprek plaats je in jouw groeidossier. Vervolgens ga je tijdens de stage met je leerdoelen aan de slag. Je professionele ontwikkeling evalueer je in begeleidingsgesprekken en tijdens de tussen- en eindevaluatie. De opbrengsten daarvan houd je bij in je groeidossier, door producten en reflecties op te slaan.

Werkplekbegeleider
Op je stageschool word je gekoppeld aan een werkplekbegeleider (wpb), die ervoor zorgt dat jij verkregen inzichten in de praktijk kunt toepassen. Je spreekt hem of haar minimaal één keer per week, op een vast moment dat jullie samen bepalen. Tijdens die individuele gesprekken reflecteer je samen op jouw persoonlijke leerdoelen, via feedup, feedback en feedforward.

Daarnaast stimuleert je wpb jouw onderzoekende houding, door te vragen naar onderzoeksactiviteiten die je hebt ondernomen. Jullie bespreken of wat je doet, past bij de lijn van je onderzoek en oplevert wat je had verwacht. In het geval van een ontwerponderzoek is de werkplekbegeleider nauw betrokken bij het ontwerpdeel. In alle gevallen treedt hij of zij op als tweede beoordelaar.

Onderzoeksbegeleider
Als leraar in opleiding (lio) krijg je een persoonlijke onderzoeksbegeleider toegewezen op je stageschool. Deze heeft de rol van critical friend, met een focus op reflectie. Hij of zij helpt je bij het formuleren van een onderzoeksvraag en om deze vraag in de context te plaatsen, samen met het team of de sectie.

Daarnaast geeft de onderzoeksbegeleider feedback tijdens het onderzoeksproces en ondersteunt hij of zij bij de eindreflectie en discussie. Jullie maken samen afspraken over tussentijdse deadlines en inlevermomenten.

Feedup, feedback en feedforward
Begeleiders en opleiders helpen studenten om de juiste vragen te stellen en tot antwoorden te komen over hun eigen ontwikkeling. Studenten selecteren zelf tijdens integrale beoordelingsmomenten zoals de tussenevaluatie en de eindbeoordeling de informatie waar ze trots op zijn en presenteren deze aan de beoordelaars. Tijdens al deze momenten krijgen zij feedup, feedback en feedforward.

  • Feedup richt zich op de vraag: waar werk ik naartoe? Feedup refereert daarmee aan de verwachte te leveren prestatie.
  • Feedback richt zich op de vraag: hoe doe ik het tot nu toe? Feedback heeft betrekking op alle opmerkingen die te maken hebben met de tot dan toe geleverde prestatie.
  • Feedforward richt zich op de vraag: hoe nu verder? Feedforward geeft aan dat de student voor toekomstige prestaties aandacht dient te besteden aan bepaalde ontwikkelpunten.
Groeien via feedback, feedup en feedforward.

Groeien via feedup, feedback en feedforward.

Workshops
Tijdens WPL3 organiseren we vijf workshops waar je andere lio’s ontmoet die onderzoek doen. Deze bijeenkomsten bieden je ondersteuning tijdens de verschillende fasen van je onderzoek en zijn een kans om peerfeedback te ontvangen, onder begeleiding van de onderzoekscoördinator. Zo is er sprake van gemeenschappelijke kennisontwikkeling, vanuit meerdere perspectieven. De data van deze workshops vind je in de agenda. Ook als je nog niet gestart bent met je onderzoek, kun je deelnemen aan de sessies.

Leren van elkaar
Sowieso moedigen we je aan om tijdens het werkplekleren andere studenten op te zoeken, het gesprek aan te gaan en bij elkaar in de les te kijken. Op je eigen stageschool of op de andere scholen van Passie voor Leren. Een mooie kans om je blik te verbreden en te ontdekken hoe anderen omgaan met situaties uit de onderwijspraktijk. Overleg met je werkplekbegeleider over de mogelijkheden.

Groeidossier
Het groeidossier is een digitaal ontwikkelportfolio in Bulb: een middel om jouw ontwikkeling als student zichtbaar te maken. Hierin verzamel je producten die inzicht geven in uitgevoerde onderwijsactiviteiten en dus in jouw vakinhoudelijke en vakdidactische bekwaamheid. En informatie over de ontwikkeling van jouw professionele identiteit. Denk aan:

  • producten van leerlingen
  • lesvoorbereidingen
  • PowerPointpresentaties bij een les
  • uitgewerkte activerende werkvormen
  • reflectieverslagen
  • verslagen van schoolactiviteiten
  • producten die onderzoekend handelen aantonen
  • feedback, feedup en feedforward

Je deelt je groeidossier met je begeleiders om er een gesprek over te kunnen voeren. Tijdens integrale beoordelingsmomenten selecteer je informatie waar je trots op bent, en presenteer je deze aan de beoordelaars. De beoordelaars geven feedup, feedback en feedforward, die jij vervolgens digitaal verwerkt. Je houdt het groeidossier tijdens de hele opleiding bij en als je wilt ook daarna nog, voor een leven lang leren.

Beoordeling groeidossier
Het groeidossier wordt niet beoordeeld met een cijfer. Het bijhouden van het dossier is wel een verplicht onderdeel van de opleiding, als middel om je eigen ontwikkeling zichtbaar te maken. Bij de eindbeoordeling in periode 4 haal je de informatie waar je trots op bent uit het groeidossier, en plaats je deze selectie in het presentatiedossier. Dit presentatiedossier is vormvrij, en kan dus een filmpje of PowerPoint zijn, of iets anders. Deze presentatie wordt summatief getoetst.

 

Waarom een groeidossier?
Binnen Passie voor Leren vinden we het belangrijk dat studenten zelfsturing ontwikkelen. Het beroep van leraar verandert continu, waardoor ook van toekomstige docenten gevraagd wordt voorbereid te zijn op een leven lang leren. Om blijvend en betekenisvol aan bekwaamheden te werken, is het belangrijk dat studenten herkent wat zinvolle informatie is over de kwaliteit van hun werk en hun eigen ontwikkeling. Dit bereiken we door actief in te zetten op het leren stellen van vragen, het geven van en het vragen om feedback en het stimuleren van keuzes maken op basis van feedback.

Het groeidossier is één van de ondersteunende middelen in dit leerproces. Door de informatie uit het groeidossier te koppelen aan de verschillende bekwaamheidsgebieden, kunnen studenten hun ontwikkeling gericht sturen, samen met hun begeleiders.

 

Inhoud onderzoek
Tijdens WPL3 voer je een praktijkonderzoek uit op je stageschool. Hiermee richt je je op het beter begrijpen en/of het verbeteren van je eigen lespraktijk. Bijvoorbeeld door een nieuw inzicht in het eigen handelen: individuele professionele ontwikkeling door een kennisgericht praktijkonderzoek. Of via een verbetering van de praktijk(en) binnen de school: schoolontwikkeling door een ontwerponderzoek. Daarnaast is algemene kennisontwikkeling een doel: het opdoen van praktijkkennis die je kunt generaliseren naar andere contexten.

Start
Het onderzoekstraject start meteen aan het begin van je stage. Je bespreekt de mogelijke onderwerpen en werkwijzen met je werkplekbegeleider en je onderzoeksbegeleider. Daarbij krijg je de vrijheid om te kiezen voor een onderwerp en een onderzoeksvorm die bij je passen.

Resultaat
De opbrengst van het onderzoek is nieuwe kennis voor jou én de opleidingsschool, in de vorm van een of meerdere beroepsproducten: diensten of producten die je als leraar levert in je dagelijkse werk. Denk aan een lessenreeks, project, toets, adviesrapport, coachtool, rubric, stappenplan, visiedocument, observatie-instrument, gespreksleidraad of leerlijn. Beroepsproducten kunnen zowel (vak)didactisch als pedagogisch van aard zijn.

Afsluiting
Aan het einde van het onderzoeksproces deel je de opbrengst op je stageschool, via een eindpresentatie voor medestudenten, geïnteresseerde collega’s en je beoordelaars: in de meeste gevallen de onderzoeksbegeleider en de werkplekbegeleider. De eindproducten zijn een beroepsproduct en een verantwoordingsverslag. Deze lever je via e-mail in bij de onderzoeksbegeleider en worden beoordeeld via een beoordelingsformulier.

Onderzoekend leren
Binnen Passie voor Leren vinden we het belangrijk dat onderzoekend leren is ingebed in de dagelijkse praktijk van de leraar, en vooral is gericht op de eigen professionele ontwikkeling. Daarom stimuleren we het onderzoekend vermogen van (aanstaande) leraren op drie niveaus:

  1. Het ontwikkelen van een onderzoekende houding
  2. Het ontwikkelen van onderzoeksvaardigheden en onderzoekend handelen
  3. Het doen van een praktijkonderzoek

Onder praktijkonderzoek in de school verstaan we een onderzoek dat wordt uitgevoerd door leraren en leraren-in-opleiding, waarbij op een systematische wijze en in dialoog met belanghebbenden antwoorden verkregen worden op vragen die ontstaan in de eigen onderwijspraktijk en gericht zijn op verbetering van deze praktijk (Van der Donk &Van Lanen, 2018).

Doelen van onderzoek

  • Het versterken van de onderzoekende houding en het onderzoekend vermogen. Onder onderzoekend vermogen verstaan we onderzoeksvaardigheden en kennis over onderzoek om op basis van literatuur en data uit de praktijk vragen te kunnen stellen en beantwoorden.
  • Het vergroten van kennis over een pedagogisch, didactisch of vakdidactisch onderwerp dat relevant is voor de eigen professionele ontwikkeling tot startbekwame leraar.
  • Het vergroten van het reflectievermogen op het eigen handelen als startbekwame leraar.

Naast het bereiken van deze doelen ontstaat de meerwaarde vooral door het gesprek van de student met het eigen team of de sectie. Wij ondersteunen dan ook de dialoog over het onderzoek in het dagelijkse proces binnen de school. Het is de bedoeling dat de student sectiegenoten of andere betrokkenen actief om input of feed vraagt. De onderzoeksbegeleider informeert naar deze activiteiten, en/of stimuleert de student om actie te ondernemen.

Tussenevaluatie
De tussenevaluatie is een gesprek tussen jou, de werkplekbegeleider of schoolopleider en een vertegenwoordiger van het opleidingsinstituut. Het gesprek vindt plaats halverwege je stage, in principe vlak voor de kerstvakantie of in januari. Het exacte moment bepaal jij, samen met je gesprekspartners.

Aan de hand van jouw persoonlijke leergeschiedenis vertel je wat je hebt geleerd, waar je nu staat en waar je naartoe wil. Vanuit 3 tot 5 cruciale momenten in het verleden kijk je naar het heden. Om vervolgens doelen te stellen voor de toekomst, op korte, langere en lange termijn.

Voorbereiding
Je bereidt je voor op de tussenevaluatie door het ontwerpen van je leergeschiedenis, waarin je 3 tot 5 cruciale leermomenten uitlicht. Het structureren, ordenen, prioriteren en analyseren van jouw leergeschiedenis geeft je houvast om te kijken naar de toekomst. En om na te denken over jouw professionele identiteit: wie wil jij zijn als docent? Daar is geen vast format voor: jouw ontwikkeling is uniek en alleen van jou. Wel raden we je aan om bij het ontwerpen van jouw leergeschiedenis te kijken naar:

Het ontwerpen van een leergeschiedenis kan op verschillende manieren, bij voorkeur digitaal. Padlet is een voorbeeld van een handige digitale tool.

Vervolg
Je krijgt geen cijfer voor de tussenevaluatie, maar ontvangt gerichte feedup, feedback en feedforward van je begeleiders. Het ontwerp van je leergeschiedenis en de opbrengsten van het gesprek verwerk je in je groeidossier in Bulb.

Feedup, feedback en feedforward
Begeleiders en opleiders helpen studenten om de juiste vragen te stellen en tot antwoorden te komen over hun eigen ontwikkeling. Studenten selecteren zelf tijdens integrale beoordelingsmomenten zoals de tussenevaluatie en de eindbeoordeling de informatie waar ze trots op zijn en presenteren deze aan de beoordelaars. Tijdens al deze momenten krijgen zij feedup, feedback en feedforward.

  • Feedup richt zich op de vraag: waar werk ik naartoe? Feedup refereert daarmee aan de verwachte te leveren prestatie.
  • Feedback richt zich op de vraag: hoe doe ik het tot nu toe? Feedback heeft betrekking op alle opmerkingen die te maken hebben met de tot dan toe geleverde prestatie.
  • Feedforward richt zich op de vraag: hoe nu verder? Feedforward geeft aan dat de student voor toekomstige prestaties aandacht dient te besteden aan bepaalde ontwikkelpunten.
Groeien via feedback, feedup en feedforward.

Groeien via feedback, feedup en feedforward.

Eindevaluatie
Aan het einde van je stage vindt de eindevaluatie plaats: een gesprek tussen jou, je werkplekbegeleider en/of de schoolopleider en een vertegenwoordiger van het opleidingsinstituut. Als je wil, mag je zelf nog andere mensen uitnodigen.

In het gesprek ligt de nadruk op jouw ontwikkeling als docent en je professionele identiteit. Aan de hand van je leergeschiedenis vertel je welke 3 tot 5 momenten voor jou cruciaal waren. Je gesprekspartners stellen vragen, denken mee en zoeken naar kansen voor eigen ontwikkeling of die van de organisatie. Daarbij houdt iedereen zich aan een aantal gesprekscriteria.

Aan het einde van het gesprek ontvang je een eindcijfer voor het totaaltraject, op basis van je vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische bekwaamheden en je professionele basis. Die professionele basis wordt mede bepaald door de indruk die je maakt tijdens de eindevaluatie.

Voorbereiding
Je bereidt je voor op de eindevaluatie door het aanvullen van je leergeschiedenis, waarin je 3 tot 5 cruciale leermomenten uitlicht. Dat kunnen zowel mislukkingen als glorieuze momenten zijn. Je reflecteert op deze momenten vanuit de volgende perspectieven:

  • ingezette kernkwaliteiten
  • ingezet netwerk
  • betekenis voor je ontwikkeling als leraar tot zover en in de toekomst

Het ontwerpen van een leergeschiedenis kan op verschillende manieren, bij voorkeur digitaal. Padlet is een voorbeeld van een handige digitale tool. We raden je aan om bij het ontwerpen terug te kijken naar je leerdoelen uit de tussenevaluatie en je bijdragen in Bulb.

Vervolg
Na afloop van het gesprek ontvang je het beoordelingsformulier met één totaalcijfer voor je vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische bekwaamheden en je professionele basis. Is dat cijfer een 5,5 of hoger? Dan ben je geslaagd en startklaar als bekwaam docent!

Is het eindcijfer onvoldoende? Dan heb je wat langer de tijd nodig om jezelf te ontwikkelen. Beschrijf in dat geval in je leergeschiedenis de resultaten uit het eindgesprek, je korte- en langetermijndoelen en de manier waarop je denkt die te gaan bereiken. Je verlengt je leergeschiedenis met een toekomst en verwerkt deze in Bulb.